Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de zoekopdracht Ga naar de hoofdnavigatie
Menu

Kluizen en het Duitse voorschrift DGUV Vorschrift 25: waarom de openingsvertraging beslissend is

Van:
Datum June 12, 2026 14:50

Overal waar regelmatig contant geld wordt aangenomen – aan de winkelkassa, in de horeca, bij een tankstation of bij een betaalkantoor van de overheid – is het kasgeld niet alleen een vermogenswaarde, maar ook een overvalrisico voor de medewerkers. Precies hier grijpt het Duitse voorschrift DGUV Vorschrift 25 "Überfallprävention" (overvalpreventie) in: het verplicht bedrijven in Duitsland om de omgang met contant geld zo te organiseren dat de prikkel voor overvallen duurzaam afneemt. Een centrale bouwsteen daarbij is de vertraagde toegang tot bewaarde bankbiljetten – in de kluizenwereld meestal "openingsvertraging" of "blokkeertijd" genoemd.

Wat is DGUV Vorschrift 25?

DGUV Vorschrift 25 "Überfallprävention" is een ongevallenpreventievoorschrift van de Duitse wettelijke ongevallenverzekering (modelversie: augustus 2020). Volgens de DGUV vervangt het "de eerdere voorschriften 25 en 26 'Kassen' (kassa's) alsmede voorschrift 20 'speelhallen, casino's en gokautomatenzalen van casino's'" en treedt het in werking "bij de afzonderlijke ongevallenverzekeraars na besluit van de respectieve vergaderingen van vertegenwoordigers en bekendmaking". Het toepassingsgebied is breed:

"(1) Dit ongevallenpreventievoorschrift geldt voor
a. krediet-, financiëledienstverlenings- en betaalinstellingen,
b. speelgelegenheden,
c. verkooppunten alsmede
d. kassa's en betaalkantoren van de overheid,
waarin verzekerden • omgaan met contant geld, • omgaan met overige betaalmiddelen of • toegang hebben tot waardevolle voorwerpen."

Bron: DGUV Vorschrift 25 "Überfallprävention", § 1 lid 1 (modelvoorschrift, augustus 2020), publikationen.dguv.de (vertaling; origineel in het Duits: DGUV Vorschrift 25)

Het raakt dus niet alleen banken, maar uitdrukkelijk ook de detail- en groothandel ("verkooppunten") – en daarmee een zeer groot aantal bedrijven dat dagelijks contant geld verwerkt.

Bewaren van bankbiljetten: wat § 12 concreet eist

Voor de kluispraktijk vormt § 12 "Verwahrung von Banknoten" (het bewaren van bankbiljetten) de kern van het voorschrift. Het stelt twee eisen aan de waardeberging zelf – braakwerendheid en beveiliging tegen wegname:

"(2) Waardebergingen voor het bewaren van bankbiljetten moeten voldoende weerstand tegen openbreken bieden en tegen eenvoudige wegname beveiligd zijn."

Bron: DGUV Vorschrift 25, § 12 lid 2 (vertaling; origineel in het Duits: DGUV Vorschrift 25)

En – voor dit onderwerp beslissend – de plicht tot tijdvertraging:

"(3) De toegang tot bewaarde voorraden bankbiljetten moet voor bevoegden die regelmatig in de bedrijfslocatie aanwezig zijn, vertraagd zijn. De tijdvertragingen mogen alleen door daartoe bevoegden kunnen worden gewijzigd."

Bron: DGUV Vorschrift 25, § 12 lid 3 (vertaling; origineel in het Duits: DGUV Vorschrift 25)

De logica erachter: als zelfs het aanwezige personeel niet meteen bij het kasgeld kan, verliest een overval zijn aantrekkingskracht. Aanvullend eist § 19 van het voorschrift om bij klanteningangen en kassawerkplekken "permanent, duidelijk herkenbaar en gemakkelijk begrijpelijk" te wijzen op toegangsverhinderende en tijdvertragende voorzieningen (vertaling; origineel in het Duits: DGUV Vorschrift 25) – de afschrikking moet voor potentiële daders zichtbaar zijn.

Minstens 5 minuten: de blokkeertijd volgens DGUV Regel 108-010

Hoe lang de tijdvertraging moet zijn, wordt voor de handel geconcretiseerd door DGUV Regel 108-010 "Überfallprävention in Verkaufsstellen" (overvalpreventie in verkooppunten, april 2021):

"De blokkeertijd c.q. tijdvertraging voor verzekerden die regelmatig in de bedrijfslocatie aanwezig zijn, moet in beginsel minstens 5 minuten bedragen."

Bron: DGUV Regel 108-010, paragraaf 3.3 (bij § 12 DGUV Vorschrift 25) (vertaling; origineel in het Duits: DGUV Regel 108-010)

De regel definieert ook wat onder blokkeertijd moet worden verstaan: "De blokkeertijd is bij tijdslotbergingen de tijd die na het invoeren van de code moet worden gewacht totdat het slot de toegang tot de inhoud van de berging vrijgeeft." Als een mogelijke technische uitvoering noemt zij uitdrukkelijk "een elektronisch slot met tijdvertragingsmechanisme c.q. instelbare blokkeertijd". Over de braakwerendheid staat er: "Voldoende weerstand tegen openbreken is gegeven wanneer de duur tot toegang tot de inhoud vergelijkbaar is met de ingestelde blokkeertijd c.q. tijdvertraging." (Citaten: vertaling; origineel in het Duits: DGUV Regel 108-010.)

Aangenomen contant geld direct veiligstellen: het afstortprincipe

Naast het bewaren regelt het voorschrift ook het moment direct na de aanname:

"(1) Door verzekerden aangenomen bankbiljetten moeten onverwijld tegen toegang door onbevoegden worden beveiligd."

Bron: DGUV Vorschrift 25, § 11 lid 1 (vertaling; origineel in het Duits: DGUV Vorschrift 25)

Voor het bewaren noemt DGUV Regel 108-010 onder andere "tijdslotbergingen" en "afstortbergingen direct aan de kassa" – en maakt duidelijk: "Een niet-afgesloten eenvoudige lade, zoals bijvoorbeeld een meubellade, is niet geschikt voor het aannemen van bankbiljetten." (Vertaling; origineel in het Duits: DGUV Regel 108-010.) Precies dit principe brengt een afstortkluis met klep in de praktijk: overtollige biljetten worden tijdens de lopende bedrijfsvoering afgeroomd en ingeworpen, zonder dat de kluis daarvoor geopend hoeft te worden.

Praktijkvoorbeeld: afstortkluis met inwerpklep (model 10424)

Hoe deze eisen technisch kunnen worden ingevuld, laat onze afstortkluis met inwerpklep – VDS klasse 2 pincode (model 10424) zien. Deze kluis is conform DGUV Vorschrift 25 en daarmee ook geschikt voor toepassingsgebieden waarin dit voorschrift voor het veilig bewaren van contant geld wordt geëist. De voor het voorschrift relevante eigenschappen in één oogopslag:

Tijdvertraging: het VdS-gecertificeerde elektronische cijferslot (Tecnosicurezza EM 3550 met bedieningspaneel T6530/B) biedt een programmeerbare openingsvertraging van 1–99 minuten en een openingsvenster van 1–19 minuten – de in DGUV Regel 108-010 genoemde minimale blokkeertijd van 5 minuten is daarmee instelbaar. Het codebeheer verloopt via een admincode (eigenaar) en gescheiden gebruikerscodes; daarnaast zijn een dubbelcodemodus (opening volgens het vierogenprincipe) en een stille alarmoverdrachtsmogelijkheid voorzien.

Braakwerendheid en beveiliging tegen wegname: het corpus is volgens VDMA-richtlijn 24992 in veiligheidsniveau B gebouwd, dubbelwandig met in totaal 40 mm wanddikte (3 mm buitenwand, 1,5 mm binnenwand) en een deur van 6 mm gehard staal; een wand- en vloerverankering inclusief bevestigingsmateriaal is mogelijk – dat beantwoordt aan de eis uit § 12 lid 2 om de berging "tegen eenvoudige wegname" te beveiligen.

Inwerpen zonder openen: via de inwerpklep (inwerpopening 70 × 225 × 190 mm) kunnen omzetten, geldtassen of sleutels op elk moment worden ingeworpen; een terughaalbeveiliging voorkomt dat het ingeworpene door onbevoegden kan worden uitgenomen. Met buitenmaten van 450 × 280 × 300 mm, een volume van 28,35 liter en een gewicht van 31,4 kg is het model ontworpen voor gebruik direct in de kassazone; de inhoud is verzekerbaar tot € 10.000.

Met de instelbare openingsvertraging en de inwerpklep geeft model 10424 invulling aan de eisen uit § 11 en § 12 van DGUV Vorschrift 25. Welke maatregelen in het individuele geval nodig zijn, volgt uit de risico-inventarisatie van het bedrijf (§ 4 DGUV Vorschrift 25) en eventueel uit de voorschriften van de bevoegde ongevallenverzekeraar – dit artikel vervangt geen juridisch advies en geen veiligheidstechnisch advies in het individuele geval.

Conclusie

DGUV Vorschrift 25 maakt vertraagde toegang tot bewaarde bankbiljetten in Duitsland verplicht; DGUV Regel 108-010 concretiseert voor verkooppunten een blokkeertijd van in beginsel minstens 5 minuten. Een afstortkluis met klep en programmeerbare openingsvertraging – zoals model 10424 van DiaDorn – verenigt beide eisen: direct veiligstellen van aangenomen bankbiljetten via inworp en vertraagde uitname via het elektronische slot.

Bronnen

  1. DGUV Vorschrift 25 "Überfallprävention" (modelvoorschrift, augustus 2020), DGUV-publicatiedatabank (in het Duits): publikationen.dguv.de (PDF)
  2. DGUV Regel 108-010 "Überfallprävention in Verkaufsstellen" (april 2021, in het Duits): PDF
  3. DGUV-persbericht "Überfällen vorbeugen" (2021, in het Duits): dguv.de
  4. Productpagina DiaDorn model 10424 (geraadpleegd op 12-06-2026): diadorn.de
Productgalerij overslaan

Gerelateerde Producten

Deposito Kluis met Inwerpgleuf | Veiligheidsniveau B | VDS Slot Klasse 2 | Pincode | Gemaakt in EU

Gemiddelde waardering van 5 van 5 sterren

Produkt Anzahl: Gib den gewünschten Wert ein oder benutze die Schaltflächen, um die Anzahl zu erhöhen oder zu reduzieren.
Afstortkluis met inwerpklep – VDS klasse 2, pincode
Inwerpsafe met inwerpgleuf, Veiligheidsniveau B en Pincode slot (VDS Klasse 2) met. 450 × 280 × 300 mm (H × B × D), 30 kg.

€ 639,40